Patrijs

patrijzen, Jacob van der Weele

Herkenning

De patrijs is familie van de fazant. Hij wordt ongeveer 30 centimeter groot en is te herkennen aan zijn kleuren. De vleugels zijn overwegend bruin met grijs, de borst is grijs en hij heeft een opvallende oranje kop. Op de borst hebben de volwassen vogels een donkergekleurde vlek in de vorm van een hoefijzer. In de vlucht zijn de roodbruine, buitenste staartveren een opvallend kenmerk. Dat onderscheidt hem duidelijk van de fazant. Jonge vogels hebben gele poten, bij de wat oudere vogels worden deze meer grijs. Ondanks zijn grootte wordt de patrijs toch vaak over het hoofd gezien, doordat hij vertrouwt op zijn schutkleuren en zich bij onraad dicht tegen de grond drukt. Op de akkers valt hij door de grijze en bruine kleuren nauwelijks op. Het voedsel van de patrijs is gevarieerd: zowel plantaardig (zaden en knopjes) als dierlijk (insecten en andere kleine dieren).

Leefgebied

Het leefgebied van de patrijs bestaat uit kleinschalige, open terreinen. Denk aan weilanden, akkers en braakliggende terreinen met houtwallen en heggen. De patrijs broedt op het gras, akker, heide en in moerassen. Doordat veel van het heidegebied in Overijssel in de afgelopen 100 jaar is verdwenen, is de patrijs steeds meer een cultuurvolger geworden. Momenteel wordt hij gezien als een gidssoort voor de meer extensieve landbouwgebieden of jonge ontginningslandschappen. Andere vogels die hierbij meeliften zijn onder andere de veldleeuwerik, de gele kwikstaart en de kievit. Nog niet zo lang geleden was de patrijs een algemene standvogel in heel Overijssel, maar in de laatste broedvogelatlas van Nederland is te zien dat de patrijs zo goed als verdwenen is in de kop van Overijssel. Steeds intensievere landbouwmethoden hebben voor deze cultuurvogel een zwaar nadelige invloed (gehad). Intensivering van landgebruik en daarmee het verdwijnen van kleine ruigten en overhoekjes en het gebruik van kunstmest en pesticiden hebben de patrijspopulatie in Nederland in de afgelopen 50 jaar gedecimeerd.

Inrichting

Bovenstaande beschrijving van het leefgebied van de patrijs bevindt zich op veel plaatsen in Nederland. In theorie kan gesteld worden dat de patrijs in heel Overijssel kan voorkomen. Dit is toch niet het geval. Dat komt door verschillende factoren. Voor sommige van die factoren kan inrichting of beheer een oplossing bieden. Omdat de patrijs zich slecht verspreid is het streven naar verbindingen tussen leefgebieden in combinatie met goede verspreidingskernen het beste. Hoe groter en robuuster deze verbindingen en leefgebieden zijn, hoe groter de kans van slagen om geschikt leefgebied te creëren voor de patrijs.

Leefgebied in de broedperiode

  • De patrijs heeft, net als de meeste dieren, in zijn broedgebied behoefte aan voldoende voedsel, beschutting en rust. De patrijs is een grondbroeder, daarom moet de vegetatie niet té ruig zijn. De broedlocatie dient niet te begroeid zijn. Een maaibeurt of grondbewerking voor de broedperiode (dat is dus ongeveer begin maart) is daarom gunstig voor de patrijs. Dit creëert ruimte voor het maken van een nest;
  • Rust is tijdens de broedperiode (vanaf maart tot en met augustus) een vereiste voor de patrijs. Het uitstellen van een eerste maaibeurt tot ongeveer eind mei is positief. Het liefst nog later in het seizoen. Bij een maaibeurt blijft minimaal 15% van de vegetatie staan, want dit zorgt voor de nodige dekking voor de patrijs en haar jongen. De niet gemaaide stukken kunnen dan in een volgende maaibeurt, wel meegenomen worden. Door de locatie van niet gemaaide plekken te rouleren is op enig moment altijd ergens dekking voor de patrijs aanwezig;
  • De patrijs komt in de broedperiode momenteel vooral voor op bouwlandpercelen. Vaak is er wel grasland in de buurt. Buiten de broedperiode verplaatst de patrijs zich voor een betere dekking naar die graslanden;
  • Beheer- of inrichtingsmaatregelen sluiten bij voorkeur aan bij het bestaande leefgebied van de patrijs. Om het aantal patrijzen in stand te houden is voldoende aaneengesloten leefgebied nodig. In principe geldt: hoe groter, hoe beter;
  • In het Subsidieregeling Natuur en Landschap (SNL) zijn er mogelijkheden tot het afsluiten van overeenkomsten ten behoeve van het inrichten van akkerranden. Dit zijn, zoals de naam het al zegt, stroken of randen langs akkers waar aangepaste gewassen zoals granen of kruiden worden verbouwd. Deze stroken of randen worden veelal later of niet geoogst waardoor er voedsel beschikbaar is voor bijvoorbeeld de patrijs of kleine zoogdieren. Om de inkomstenderving te compenseren is er vanuit SNL een vergoeding voor deze stroken mogelijk;
  • Het inrichten van akkerranden kan positief uitwerken voor de patrijs. Ze werken echter pas als ze voldoende omvang hebben en een (semi)permanent karakter. De strook dient dan ook minimaal 10 meter breed te zijn, dit mede in verband met predatie door roofvogels of door de vos. Roulatie binnen een perceel over de jaren vormt geen probleem. Aansluiting bij een bestaand leefgebied is wel belangrijk;
  • Het klinkt wellicht overbodig, maar het gebruik van bestrijdingsmiddelen is desastreus voor de patrijs. Deze vogel is gebaat bij een goed insectenleven.

Overig leefgebied

  • De patrijs overwintert vooral in ruigten waar voldoende dekking is voor roofvogels. Niet of slechts gedeeltelijk gemaaide landbouwpercelen zijn daarbij favoriet. Ook percelen waar bijvoorbeeld groenbemesters op staan, zijn in trek bij de vogel. Denk aan dijken, bermen of slootranden. Het uitstellen van grondbewerking of maaien tot in het vroege voorjaar is daarbij gunstig voor de patrijs: dit biedt de nodige dekking en voedsel gedurende de winterperiode;
  • De patrijs heeft de voorkeur voor een halfopen landschap. Is het te open, dan is er te weinig dekking voor roofdieren. Een te besloten landschap (bosomgeving bijvoorbeeld) is ook wat minder geschikt voor de patrijs;
  • Naast de traditionele landbouwgebieden kunnen ook (semi)ruderale terreinen zoals moestuinen, industrieterreinen en nog in te richten woonwijken geschikt zijn voor de patrijs. Zolang er maar voldoende voedsel, dekking en rustig kan de patrijs daar prima leven. Loslopende honden zijn in deze omgeving wel een probleem.